Omgevingsdiensten zijn nog steeds vrij jonge organisaties. Over het algemeen hebben ze er nu vier jaar op zitten. Vier jaren van pionieren, doorzetten en het neerzetten van processen die goed lopen. En nog steeds blijven ze verbeteren, fijn slijpen en heeft borging en kwaliteit steeds meer aandacht. Zo ook het bekendmaken van besluiten. Dit heeft bij sommigen wellicht onvoldoende aandacht gehad. Het belang om dit goed uit te voeren is echter groot! Dat zal blijken uit deze bijdrage.

  1. Onderscheid primair en secundair proces

Een Omgevingsdienst heeft een zogeheten primair en secundair proces. Het primaire proces is het proces waar in mandaat namens de gemeenten en provincie (deelnemers van de Omgevingsdienst) onder meer omgevingsvergunningen worden verleend, toezicht wordt gehouden en gehandhaafd.

Het secundaire proces is de bedrijfsvoering van de Omgevingsdienst. Dit proces omvat de werkzaamheden die de eigen entiteit van de Omgevingsdienst raken en dus niets te maken heeft met de werkzaamheden voor de deelnemers. Bijvoorbeeld het opstellen van de jaarrekening en begroting of het aangaan van contracten, zijn taken en werkzaamheden die onder de bedrijfsvoering van de Omgevingsdienst vallen.

2. Algemene bekendmakingsregels

Algemeen geldt dat besluiten die worden genomen, moeten worden bekendgemaakt. Doe je dat niet, of niet op de juiste wijze, dan treedt een besluit niet in werking (artikel 3:40 Awb). Een besluit dat is gericht aan één persoon, moet worden bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan deze persoon (artikel 3:41 Awb). Denk hierbij aan een verleende omgevingsvergunning die wordt verzonden naar de aanvrager. Een besluit dat niet is gericht tot één enkele persoon, moet worden gepubliceerd in een van overheidswege uitgegeven blad of een huis-aan-huis-blad (artikel 3:42 Awb). Dit betreft onder meer het publiceren van vastgestelde beleidsregels of verordeningen.

3. Bekendmaken in het primaire en secundaire proces

Besluiten kunnen worden onderverdeeld in beschikkingen en besluiten van algemene strekking. Tijdens mijn studie heb ik hiervoor het handige ezelsbruggetje geleerd, een ‘bes’ en een ‘bas’. Een beschikking is een besluit gericht op een of enkelen belanghebbenden. Een besluit van algemene strekking daarentegen is gericht op een grote groep mensen, zoals een beleidsregel of een verordening.

Hierboven heb ik het verschil uitgelegd tussen het primaire en secundaire proces. De Omgevingsdienst neemt in het primaire proces eigenlijk alleen maar besluiten namens deelnemers die gericht zijn aan één (of enkelen) belanghebbenden, dus beschikkingen. Zoals het al eerdere aangehaalde voorbeeld van het verlenen van een omgevingsvergunning. De Omgevingsdienst stelt niet namens de deelnemers verordeningen of beleidsregels vast. Dat betekent dat hierbij voor de bekendmaking alleen maar geldt dat de besluiten aan de belanghebbende wordt toegezonden of uitgereikt.

Als we het hebben over de besluiten die de Omgevingsdienst namens zichzelf neemt in het secundaire proces, dan onderscheiden we weer de beschikking versus de besluiten van algemene strekking.

Een voorbeeld van een beschikking die een Omgevingsdienst neemt, is bijvoorbeeld en besluit op een Wob-verzoek die gericht is op de bedrijfsvoering van de Omgevingsdienst. Zoals uit het voorgaande al is gebleken, worden dit soort besluiten bekendgemaakt door toezending of uitreiking.

Daarnaast stelt een Omgevingsdienst ook beleidsregels en verordeningen vast. Alle personele regelingen gelden bijvoorbeeld als verordening. Maar ook mandaatbesluiten en -regelingen, de financiële verordening en de controleverordening, zijn allemaal voorbeelden van besluiten van algemene strekking die een Omgevingsdienst neemt.

4. Wat zegt de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)?

Op 1 januari 2015 is de gewijzigde Wgr in werking getreden. Deze wetswijziging heeft gevolgen gehad voor bestaande gemeenschappelijke regelingen, zoals de Omgevingsdiensten.

Een van de wijzigingen had betrekking op een nieuwe bevoegdheid voor het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst. Dit is de bevoegdheid om een eigen (elektronisch) publicatieblad in te stellen (artikel 56aa van de Wgr), het Blad gemeenschappelijke regeling.

Tot 1 januari 2015 kon voor publicatie van besluiten van Omgevingsdiensten als openbaar lichaam op grond van de toen geldende bepalingen worden volstaan met publicatie in het Provinciaal Blad. Omdat de meeste Omgevingsdiensten begin 2013 van start zijn gegaan, gold dit dan ook in eerste instantie.

Per 1 januari 2015 is – met de wijziging van de Wgr – rechtstreeks opgenomen op welke wijze publicatie van de betreffende besluiten plaats moet vinden (voor Omgevingsdiensten gaat het om artikel 56b Wgr). Deze verplichting geldt voor avv’s. Een Omgevingsdienst kan er zelf voor kiezen om ook andere besluiten van algemene strekking, mededelingen en kennisgevingen in dit Blad gemeenschappelijke regeling bekend te maken. Dit kun je regelen in een Verordening elektronische bekendmaking.

Hoofdregel is dat de besluiten van Omgevingsdiensten vanaf voornoemde datum door het dagelijks bestuur bij alle deelnemende partners op de bij hen voorgeschreven wijze worden gepubliceerd. Dit is natuurlijk hartstikke omslachtig en lastig te controleren. Een besluit treedt dan dus pas in werking als alle deelnemers van een Omgevingsdienst het betreffende besluit zelf hebben bekendgemaakt. De wet biedt daarom de mogelijkheid dat de Omgevingsdienst een eigen publicatieblad kan instellen. Dan hoeft de publicatie alleen in dit eigen elektronische publicatieblad plaats te vinden. Gelukkig!

Dit elektronische blad, het Blad gemeenschappelijke regeling, is via de Gemeenschappelijke Voorziening Officiële Publicaties (GVOP) beschikbaar. De website is www.overheid.nl

5. Verschil CVDR en GVOP

Naast bovengenoemde verplichtingen rondom het bekendmaken van besluiten zodat deze in werking treden, is er nog een andere verplichting voor de Omgevingsdienst.

Volgens de Wet elektronische bekendmaking is de Omgevingsdienst als overheidsorganisatie ook verplicht om ten minste alle geldende avv’s elektronisch beschikbaar te stellen en via de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR) op internet te publiceren. Naast verordeningen staat het een Omgevingsdienst – tot nu toe nog – vrij om ook andere besluiten, zoals beleidsregels, hier op te nemen.

Alle regelgeving die hierin wordt gezet, wordt eveneens ontsloten via www.overheid.nlen is voor een ieder raadpleegbaar. De achterliggende gedachte hiervan is omwille van de klantvriendelijkheid de regelgeving van een overheidsorganisatie makkelijk toegankelijk te maken.

6. Conclusie

Met dit artikel heb ik het belang willen benadrukken van het rechtsgeldig publiceren door een Omgevingsdienst.

Het onderscheid tussen het primaire en secundaire proces maakt daarbij uit. Of je te maken hebt met een zogenaamde ‘bes’ of ‘bas’ zorgt weer voor verschillen in de wijze van bekendmaken. Tot slot heb ik ook aandacht besteed aan de verschillen tussen het verplicht bekendmaken van besluiten zodat ze in werking treden (GVOP in het Blad gemeenschappelijke regeling) en het bekendmaken van alle regelgeving die bij een Omgevingsdienst geldt (CVDR).

TIPS!

  • Laat het dagelijks bestuur besluiten om een eigen elektronisch blad in te stellen;
  • Melden of publiceren op de eigen website is dus onvoldoende;
  • Een link plaatsen van de site van overheid.nl waarop de bekendmakingen en publicaties zijn te vinden, kan natuurlijke wel op de eigen website;
  • Je kunt het bekendmaken en publiceren prima in eigen beheer doen, want het aantal bekendmakingen per jaar is minimaal;
  • Als er besluiten zijn die nog niet rechtsgeldig zijn gepubliceerd, doe dit dan in een verzamelbekendmaking;
  • Als je naast avv’s ook beleidsregels wilt bekendmaken, laat dan een Verordening elektronisch bekendmaken vaststellen door het algemeen bestuur;
  • Inwerkingtreding van besluiten mag met terugwerkende kracht, maar houd rekening met het zekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel.